“Ik gun iedereen een stukje marathon”

Afgelopen zaterdag bleek dat onze zoon nog een startbewijs had voor de marathon van Rotterdam die was uitgesteld. Hij zou er geen gebruik van maken. Ik loop wekelijks één keer 10 kilometer en besloot zondag te starten voor een kilometer of 15. Ik wilde de sfeer wel eens als loper meemaken. En dat heb ik geweten! Metro Het begon al op metrostation Vlaardingen Oost. Ik werd aangesproken door een man. Hij had zelf 15 marathons gelopen en kwam met mooie tips hoe hem uit te lopen als het onderweg tegenzit. Toen ik hem zei dat ik maar maximaal 15 kilometer ging lopen, moest hij lachen. ‘De halve ga je zeker halen. Getraind of niet”. In de metro kwam er een groepje naast me zitten, waarvan één de marathon ging lopen. Weer gave adviezen en aanmoedigingen. De sfeer zat er goed in. Startnummer Op metrostation Beurs was het een drukte van (on)belang. Ik moest mijn startnummer ophalen. Allemaal vriendelijke mensen. Ik vroeg iemand of die de nummers op wilde spelden. Gelijk een toffe reactie. Ze maakte nog even een foto en vroeg mijn telefoonnummer om de foto later te appen. Iedereen hielp elkaar. Sfeer Richting de start. Ik was te vroeg en liep nog wat rond. Meerdere mensen spraken me spontaan aan. Onder meer een man die 20x de marathon had gelopen. Hij liep hem zelf niet meer, maar was speciaal uit Drenthe gekomen om de sfeer te voelen. Een dame van ongeveer 28 sprak me moed in. Ook zij liep de eerste marathon. Ze was op en top getraind, zo liet ze weten. “Veel succes he. De halve ga je vast halen!” Even plassen Ik had trek in een kopje thee en liep een café binnen. “Hé sportieveling, moet jij niet naar de start?”. Ik gaf aan dat ik in de laatste startwave zat en ik vanzelf wel zou aansluiten. “Dat bakkie krijg je van ons als aanmoediging”. Ik liet weten het een geweldig gebaar te vinden, maar dat ik ze de omzet in deze tijd meer dan graag gunde. “Ga nog even plassen joh, dan heb je dat maar gedaan”, zo luidde het volgende advies. Wat een sfeer. Erasmus Op naar de start. Allemaal gespannen en opgewonden lopers om me heen. En daar gingen we. Gelijk de Erasmus brug op richting zuid. Wat een publiek. Wat een sfeer. Wat een ervaring. De mensen gingen voor iedereen uit hun dak. Hoe bijzonder! Overal stonden of zaten ze. Langs de Kuip lopen geeft uiteraard voor mij een bijzonder gevoel. De zon scheen letterlijk overal en bij iedereen.  Vrijwilligers Om de 5 kilometer stonden vrijwilligers met water of AA. En iedereen was enthousiast. Ook zij moedigden je aan. Net als alle andere 17.000 lopers. Wat een ervaring! Verderop weer vrijwilligers met een spons. En opnieuw dat heerlijke gevoel van enthousiasme. De 10 kilometer ging voorbij voordat ik het wist. Alle lopers hielden rekening met elkaar. Ondanks de drukte in het begin. Nergens duwen of opmerkingen. Alles in top harmonie. Ik leek mijn doel van 15 kilometer te halen. Naast me liep Gerrit als lantaarnpaal bijna het zelfde tempo als ik. Wat een humor. Appeltje voor de dorst De volgende geweldige ervaring kwam rond kilometerpunt 12. Een toeschouwer langs de kant had in elke hand een appel. “Neem een appeltje voor de dorst”, zo riep ze me toe. Die nam ik graag aan. Ik riep nog “bedankt”, waarop ze antwoordde: “succes Joep”. Ik liep immers met het nummer van mijn zoon.  Muziek Het 15 kilometer punt werd ook gepasseerd. “Zou ik ook met alleen maar 10 kilometer training de halve marathon kunnen halen?”, vroeg ik me af. Het ging nog steeds makkelijk en de hoeveelheid publiek nam alleen maar toe. Ik besloot een poging te doen om de halve te volbrengen. Ahoy werd gepasseerd. Af en toe werd je opgezweept door Dj’s, mensen die spontaan een speaker buiten hadden gezet of bandjes die lekker stonden te spelen.  Wat ben jij aan het doen? Ook het punt van 20 kilometer ging me goed af. Ik voelde dat ik de halve ging halen. En na iets meer dan 2 uur passeerde ik daar. Ik was blij en trots en appte wandelend naar het thuisfront dat ik een halve had gelopen. Terwijl ik dat aan het doen was, hoorde ik een stem vanaf de zijkant. “Hé Joepie, wat ben jij nou aan het doen? Je moet nog even he.” Ik bedankte hem lachend voor de aanmoediging en zei dat ik mijn max had bereikt. “Welnee man, je kan nog wel even verder. Ik zie het aan je”. Aangezien ik met het OV naar huis moest, bedacht ik me dat hij gelijk had en ik nog wel een stukje kon lopen richting de metro. Dat punt passeerde ik bij 24 kilometer. Erasmus voor de tweede keer Ik bedacht me dat het wel gaaf zou zijn om de Erasmus brug nog een keer te nemen en die ervaring met het publiek daar nogmaals te voelen. Dat gaf me kracht, hoewel mijn benen zich langzaam aan begonnen te melden. Het lukte. Ik passeerde onder luide aanmoedigingen het punt van 27 kilometer aan het einde van de brug. Missie meer dan volbracht. Wat een geweldig gevoel en wat een geweldige ervaring. Ik besloot dat het nu echt genoeg was nu ik me nog goed voelde en liep (hoewel de spieren in mijn bovenbenen inmiddels protesteerden) met een heerlijk gevoel naar de metro. Een stukje marathon Daar moest ik even wachten. Naast me zat een loper met een medaille om. “Gefeliciteerd” zei ik. “Hoe ging het?” De man antwoordde: “3 uur 6 minuten. Het ging niet optimaal. En jij? Waar is je medaille?”, vroeg hij. “Die heb ik niet. Ik heb 27 kilometer gelopen. Nog nooit zo ver. Ik ben heel blij”, zo antwoordde ik trots. “Je hebt helemaal gelijk man. Wat een sfeer he? Ik gun eigenlijk iedereen een stukje marathon”, zo antwoordde hij.  En zo is het maar net. Als iedereen een stukje marathon in zijn leven toepast dan wordt het allemaal net even leuker met alle positieve gevolgen van dien. En het goede nieuws is dat je er zelf mee kunt beginnen!

Blogs