De discussie over fatbikes is inmiddels behoorlijk fel geworden. In veel steden wordt gezocht naar manieren om de overlast te beperken. Verboden, extra controles, helmplicht, minimumleeftijd. In sommige steden worden fatbikes zelfs uit het centrum geweerd. Elke fatbiker lijkt niet te deugen. Ik begrijp die reflex wel. Als mensen zich ergeren, willen ze ingrijpen.
Ondertussen gebeurt er iets anders: we creëren steeds meer afstand tussen de groep fatbikegebruikers en de rest van de samenleving. Dáár zit de uitdaging.
De discussie gaat niet alleen meer over een vervoermiddel. Het gaat steeds vaker over “die fatbike-jeugd”. En zodra we groepen mensen zo gaan labelen, wordt het lastig om samen oplossingen te vinden.
Er wordt veel over deze jongeren gesproken, maar zelden met hen. Ook deze jongeren zijn niet gek. Zij zien ook dat het soms uit de hand loopt. Ze weten ook dat 45 kilometer per uur door een drukke winkelstraat niet handig is. En ze begrijpen heus wel dat er iets moet gebeuren als er steeds meer ongelukken plaatsvinden.
Alleen: ze worden zelden serieus gevraagd. Dat is jammer. Want als je mensen betrekt bij de oplossing, gebeurt er iets interessants. Dan verandert het gesprek. Niet meer: “Dit mag niet.” Maar: “Hoe houden we dit samen veilig?”
Dat lijkt een klein verschil, maar het effect is groot.
Wanneer je jongeren serieus neemt en laat meedenken, ontstaat er eigenaarschap. Dan worden regels niet alleen opgelegd, maar ook gedragen. En gedrag dat binnen een groep normaal wordt gevonden, verandert veel sneller dan gedrag dat van buitenaf wordt afgedwongen.
Dit soort discussies zijn van alle tijden. Vroeger ging het over opgevoerde brommers. Of over jongeren die met een proppenbuis besjes tegen ramen schoten. Of over scooters, vuurwerk of harde muziek. Steeds verandert het object. Maar niet het mechanisme.
Jongeren zoeken grenzen op. Dat deden wij vroeger ook. En ja, in iedere groep zitten er altijd die stoer willen doen, regels negeren en nergens naar luisteren. Dat was vroeger zo en dat zal altijd zo blijven. Daar moet je de oplossing niet voor en bij zoeken. Maar de meeste jongeren zijn gewoon prima in staat om na te denken over wat wel en niet kan.
Het probleem ontstaat wanneer we een hele groep wegzetten als probleem. Dan groeit de afstand. En hoe groter de afstand, hoe kleiner de kans dat mensen mee willen werken aan een oplossing.
Misschien moeten we daarom een andere vraag stellen.
Niet: “Hoe krijgen we die fatbikes weg?”
Maar: “Hoe zorgen we samen dat het een beetje veilig blijft?”
Misschien moeten we jongeren zelfs een stap verder naar voren halen.
Waarom organiseren we niet eens VETbike-wedstrijden? Een behendigheidsparcours. Slalom. Langzaam rijden. Tricks. Laat jonge fatbike-rijders die écht goed kunnen sturen demonstraties geven. Laat ze laten zien wat controle is.
Of we organiseren de Nederlandse VETbike kampioenschappen met voorrondes door het hele land. Een soort “the Voice” maar dan de VET.
Dan verandert het beeld. Niet meer overlast, maar vaardigheid. Niet meer probleemgroep, maar rolmodellen. Geef jongeren een parcours en ze laten zien wat ze kunnen. Geef ze alleen regels en ze zoeken de grens.
De kans is groot dat er verrassend verstandige en creatieve ideeën ontstaan wanneer je jongeren serieus neemt en laat meedenken. En nog belangrijker: de sfeer verandert. Van een strijd tussen generaties naar een gezamenlijk probleem dat om oplossingen vraagt.
Eén ding is zeker: als je jongeren alleen ziet als het probleem, moet je niet verbaasd zijn als ze zich ernaar gaan gedragen.
Soms bereiken we meer door mensen niet weg te sturen, maar ze juist naar voren te halen.
Ook op een fatbike.
Ontvang één keer per maand de inspiratiebrief vol met ideeën om te Verleuken en Klanthousiast aan het werk te gaan.